Een knikstaart lijkt een onschuldig fenomeen, wat het in veel gevallen ook is.
Maar er is een reden waarom er niet gefokt mag worden met honden met een knikstaart.
Een knikstaart kan op 2 manier onstaan:
1. Door trauma bijvoorbeeld de staart tussen de deur.
2. Een aangeboren afwijking o.a. door erfelijkheid.
In het eerste geval is het heel vervelend voor de hond maar geen probleem voor de fok.
In het tweede geval hoeft de hond er geen problemen van te ondervinden, maar mag er niet mee gefokt worden.

Eerst een kleine uitleg over het skelet.
Het lichaam wordt in drie delen gevormd in de embryonale ontwikkeling.
1. Het ectoderm. Hierin worden huid, zintuigen, zenuwstelsel en schedeldak aangelegd.
2. Het endoderm. Hierin worden spijsverteringskanaal en organen aangelegd.
3. Het mesoderm. Hierin worden skelet (behalve schedeldak), hart, bloedvaten en organen voor urineweg- en voortplantingsstelsel aangelegd.
De wervelkolom wordt dus in het mesoderm gevormd.

Aangezien de staart uit wervels bestaat, welke het verlengde is van de wervelkolom, zit er dus een fout in de wervelkolom. De wervels kunnen scheef aan elkaar gegroeid zijn, er kunnen halve wervels tussen zitten of een complete knoop of vergroeiing.
Deze misvorming kan door overerving ook in de hals-, rug- en lendewervels terugkomen, aangezien dit allen gevormd wordt in het mesoderm. Dit zal meer klachten geven dan een knik in de staart.

Daarnaast kan het ook terugkomen in andere delen van het skelet, bijvoorbeeld scheve kaken, kruisgebit, open verhemelte, open rug, kromme tenen, etc. Zo kan een hond met scheve kaken ook weer nakomelingen geven met een knik in de staart.
Omdat de organen ook in het mesoderm worden gevormd, kunnen er ook afwijkingen onstaan in de organen, bijvoorbeeld een niet gesloten scheidingswand in het hart, fout geplaatste urinebuisjes en ga zo nog maar door.
Bron: Mevr. Drs. J.H.C. Brooymans-Schallenberg
